Ongeveer een jaar geleden (ik ben slecht in dit soort schattingen, maar laten we het bij deze vaststellen op zo’n jaar geleden) besloot ik dat ons huis te vol begon te raken. Ik was altijd maar bezig met puinruimen en zoeken en opeens viel het kwartje dat er gewoon teveel niet of bijna niet gebruikt spul in huis stond. Sindsdien zijn er heel wat vrachten richting kringloop vertrokken. En hoewel je met drie kinderen in huis altijd aan het opruimen blijft, helpt het absoluut.

Het heeft daarbij nog een effect. Ik zie opeens ‘het interieur’ beter. Ik begon ook ‘iets’ te missen hierin. Ik stopte deze gedachte weg met het idee dat het gewoon een koop-valkuil is; een soort nastuip van toen ik nog meer leek op een klassieke consument (*kuchuche*). Maar ik ben eruit. Ik mis humor. Spontaniteit. Luchtigheid. Onze keuken die half af is, is het meest spontane visuele item hier. Voorruit de kerrie-mosterd-oker-gele muur brengt misschien nog een smakelijke noot, maar verder is het gewoon te ernstig.

Zo, nu kunnen we er iets aan gaan doen.
Uhm, maar nu eerst afstuderen (ook alweer zoiets ernstigs) natuurlijk. Ik denk dat ik alle blogberichten de komende maand hiermee afsluit, haha.