De Vijfjarige wou een nieuwe broek. Een broek die niet ‘hard’ is. Spijkerbroeken vindt hij te hard en daar bestaat doorgaans 95% van de garderobe voor Vijfjarige jongens uit (in de categorie broeken welteverstaan). Een jaar eerder had deze -toen- Vierjarige een lap in de kringloopwinkel uitgezocht. Kabouterstof was toen het oordeel. Ik toverde de lap tevoorschijn en hij werd wederom goedgekeurd. Clownsstof is nu het oordeel.

Ik nam de maten van zoonlief en samen begonnen we aan het maken van de broek. Ik gebruik een heel simpel en heel basic patroon. Altijd. Daarbij verzin ikzelf het model van de pijpen, wat voor soort zakken, of er plooitjes inmoeten, wijd of smal, lang of kort, etc. Heerlijk vind ik dat: één eenvoudig patroon waar je alle kanten mee uit kan, dat scheelt me heel veel patroonbladen. Ik zag geen kabouter of clown in de broek. Maar een seventiessoulbroek. Ik koos dus voor een model met ietwat uitlopende pijpen. Om te voorkomen dat de broek eruit ziet als een picknickkleed heb ik de randjes afgewerkt met een neppig paspelbandje.

Oja, lusjes waren heel belangrijk want onze Vijfjarige heeft een Riem.
Het taille-elastiek loopt niet langs de gehele omtrek, maar stopt bij de voorlussen (zie foto 3) zodat de voorkant niet aangerimpeld is. Past beter bij Vijfjarigen.